Posts tonen met het label sex. Alle posts tonen
Posts tonen met het label sex. Alle posts tonen

De grote hoer van Babylon


Een van de zeven engelen met de zeven schalen kwam naderbij en zei tegen me: “Kom! Ik zal u de veroordeling laten zien van de grote hoer, die zetelt aan vele waterstromen. De koningen der aarde hebben zich met haar afgegeven en de bewoners der aarde hebben zich bedronken aan de wijn van haar ontucht.”

De Geest kwam over mij, en de engel bracht me naar een woestijn. Daar zag ik een vrouw zitten op een scharlakenrood beest, vol met godslasterlijke namen; het had zeven koppen en tien hoorns. De vrouw was gekleed in purper en scharlaken en was getooid met talrijke gouden sieraden, edelstenen en parels. In haar hand hield ze een gouden beker, gevuld met de schande en het vuil van haar hoererij. Op haar voorhoofd stond een naam geschreven met een geheime betekenis: “Het grote Babylon, de moeder van alle hoeren en van alle gruweldaden op aarde.” Ik zag dat de vrouw dronken was van het bloed van hen die God toebehoren, en van het bloed van hen die van Jezus getuigd hadden.

Toen ik haar zag, was ik vol verwondering. Maar de engel zei: “Waarom verwondert u zich? …”

Gods toorn


Ik hoorde een stem vanuit de tempel, luid tegen de zeven engelen zeggen: “Ga en stort de zeven schalen die gevuld zijn met de toorn van God, over de aarde uit.”

De eerste engel ging en goot zijn schaal op de aarde leeg. De mensen die het merkteken van het beest droegen en die zijn beeld aanbaden, werden met akelige en pijnlijke zweren overdekt. De tweede engel goot zijn schaal uit in de zee. Het water veranderde in bloed, in het bloed van een dode, en al wat in de zee leefde, stierf. De derde engel goot zijn schaal leeg in de rivieren en de waterbronnen, en ook die veranderden in bloed.

En ik hoorde de engel van de wateren zeggen: “Rechtvaardig bent u, die is en die was, u, de Heilige, dat u dit vonnis hebt geveld! Zij vergoten het bloed van de heiligen en van de profeten, nu hebt u aan hen bloed te drinken gegeven. Dat hebben ze verdiend.”

En vanaf het altaar klonk het: “Ja, Heer, God, Almachtige, uw vonnis is gegrond en rechtvaardig!”

De vierde engel goot zijn schaal leeg over de zon. En hij kreeg de kracht om de mensen met vuur te verzengen. De mensen verbrandden van de grote hitte en ze vervloekten God die over de plagen beschikte. Ze keerden niet terug van hun weg, ze wilden hem geen eer bewijzen. De vijfde engel goot zijn schaal leeg over de troon van het beest. Duisternis viel over het koninkrijk van het beest. De mensen beten op hun tong van pijn en vervloekten God in de hemel, om de pijn van hun zweren. En ze keerden zich niet af van hun slechte daden.

De zesde engel goot zijn schaal leeg in de grote rivier, de Eufraat. Het water droogde op en maakte de weg vrij voor de koningen uit het oosten. Toen zag ik uit de bek van de draak, uit de bek van het beest en uit de mond van de valse profeet drie onreine geesten komen. Zij zagen eruit als kikvorsen. Want het zijn demonen, die wondertekenen doen. Ze gaan naar alle koningen der aarde en verzamelen hen voor de strijd op de grote dag van de almachtige God.

“Weet dat ik kom als een dief! Gelukkig hij die waakt en zijn kleren aanhoudt, zodat hij niet naakt hoeft te gaan en men zijn schaamdelen ziet!”

Heb sex met je vrouw, of val ten prooi aan Satan


Een man doet er inderdaad goed aan zich te onthouden van omgang met een vrouw. Maar om de vele gevallen van ontucht is het beter dat iedere man zijn eigen vrouw heeft, en iedere vrouw haar eigen man. En dan moeten man en vrouw elkaar geven waar ze recht op hebben. De vrouw heeft niet zelf de beschikking over haar lichaam, maar haar man. Zo heeft ook de man niet zelf te beschikken over zijn lichaam, maar zijn vrouw.

Weiger elkaar de seksuele omgang niet, tenzij met onderling goedvinden en voor een bepaalde tijd om u te wijden aan het gebed. Kom daarna weer bij elkaar, anders maakt Satan van uw gebrek aan zelfbeheersing gebruik om u te verstrikken.

Ouderwets rechtbankdrama


Terwijl de twee oudsten voor het volk gingen staan en hun handen op haar hoofd legden, keek Susanna huilend naar de hemel want in haar hart bleef zij vertrouwen op de Heer. Toen verklaarden de oudsten: “Terwijl we alleen in het park wandelden, kwam zij met twee dienstmeisjes naar binnen, sloot de poort en stuurde de meisjes weg. Daarop kwam er een jongeman naar haar toe die zich had verborgen en ging bij haar liggen. Toen we vanuit een hoek van het park het misdrijf opmerkten, snelden we naar hen toe en zagen dat ze met elkaar gemeenschap hadden. Hem konden we niet te pakken krijgen omdat hij sterker was dan wij, de poort opende en wegrende; maar haar grepen we en we vroegen haar, wie die jongeman was, maar ze wilde het ons niet zeggen. Dat getuigen wij.”

De vergadering geloofde hen, omdat zij oudsten van het volk waren, en rechters, en veroordeelde Susanna tot de dood. … De Heer verhoorde haar gebed. Terwijl zij werd weggeleid om gedood te worden, gaf God een jongeman, Daniël geheten, een heilig besluit in. Deze jongeman riep met harde stem: “Ik ben onschuldig aan haar bloed!” … Toen zei Daniël tegen hen: “Zet ze apart, dan zal ik ze aan een verhoor onderwerpen.” Ze werden dus van elkaar gescheiden.

Daniël riep vervolgens een van de twee oudsten bij zich en zei: “Je bent in slechtheid vergrijsd maar nu krijg je de straf voor je zonden. Je hebt onrechtvaardige vonnissen geveld: onschuldigen heb je veroordeeld en schuldigen vrijgesproken, in strijd met het gebod van de Heer: Breng iemand die onschuldig is, en in zijn recht staat, niet ter dood. Welnu, als je haar op heterdaad betrapt hebt, zeg dan onder wat voor een boom je ze hebt samen gezien?” Hij antwoordde: “Onder een mastiekboom.” Daniël hervatte: “Die prachtige leugen kost je je kop! Want Gods engel heeft van God al bevel gekregen om je in tweeën te splijten.”

Nadat Daniël hem had laten wegleiden, liet hij de ander voorkomen en zei tegen hem: “Je bent een afstammeling van Kanaän en niet van Juda! De schoonheid heeft je verleid en de wellust heeft je hoofd op hol gebracht. Zo handelen jullie met de dochters van Israël en uit angst deden zij wat jullie wilden, maar een dochter van Juda heeft niet toegegeven aan jullie slechtheid. Welnu: onder wat voor een boom heb je ze samen gezien?” Hij antwoordde: “Onder een steeneik.” Daniël hervatte: “Ook jij hebt door die prachtige leugen je kop verspeeld! Want Gods engel staat al klaar om je met het zwaard doormidden te hakken en jullie beiden te vernietigen.”

Hierop barstte heel de vergadering los in luid gejuich en men eerde God, die redt wie op Hem vertrouwt. En nu Daniël met hun eigen woorden bewezen had dat de twee oudsten een vals getuigenis hadden afgelegd, keerde het volk zich tegen hen en overeenkomstig de wet van Mozes voltrokken ze aan de oudsten de straf die zij in hun slechtheid hun naaste hadden toegedacht: ze werden ter dood gebracht.

Een diepzinnige vergelijking

sirach 20:4

Als een castraat die een meisje wil ontmaagden,
zo is degene die het recht geweld aandoet.

Sara wordt beledigd


Diezelfde dag werd Sara, de dochter van Raguël, die in Ekbatana in Medieë woonde, beledigd door de dienstmeisjes van haar vader. Zij was namelijk al aan zeven mannen ten huwelijk gegeven, maar de boze demon Asmodaüs had hen gedood nog voor ze gemeenschap met haar hadden gehad.

En nu zeiden de dienstmeisjes tegen haar: “Bent u soms krankzinnig, dat u de mannen wurgt? Zeven hebt u er al gehad, maar geen enkele heeft u gekregen. Waarom mishandelt u ons? Als zij gestorven zijn, gaat u maar naar hen toe. Zodat we nooit ofte nimmer een zoon of dochter van u te zien krijgen.” Sara was zo geschokt dat ze zich wilde ophangen.

De Heer vergelijkt zijn uitverkoren staten met hoeren


De Heer richtte zich tot mij: “Mensenkind, er waren eens twee zusters, geboren uit dezelfde moeder. Toen ze nog jong waren, leidden ze in Egypte al het leven van een hoer. Daar streelde men hun boezem, daar werden hun jonge borsten betast. De oudste heette Ohola, haar zuster Oholiba. Ik sloot met beiden een huwelijk en zij schonken mij zonen en dochters. Wat hun namen betreft: Ohola is Samaria, Oholiba is Jeruzalem.

Ohola was mijn vrouw, maar ze werd mij ontrouw. Haar grote hartstocht dreef haar naar andere minnaars. Die vond ze in Assur: hofdienaren in het blauw gekleed, gouverneurs en stadhouders. Stuk voor stuk knappe jongemannen, geoefende ruiters. Aan al deze hooggeplaatste Assyriërs bood zij zichzelf aan. Door haar hartstocht gedreven gaf zij zich ook af met de goden van haar minnaars. Maar de ontucht met de Egyptenaren gaf ze niet op; al in haar jeugd hadden die met haar geslapen, haar jonge borsten betast en haar als hoer gebruikt. Daarom leverde ik haar uit aan haar minnaars, aan die Assyriërs op wie ze haar zinnen had gezet. Die hebben haar ontkleed, haar zonen en dochters gevangengenomen en haar met het zwaard gedood. De zware straf die zij kreeg, was een waarschuwing voor alle vrouwen.

Hoewel Oholiba dit gezien had, werd zij nog wellustiger dan haar zuster en een nog grotere hoer. Ook zij had haar zinnen gezet op de Assyriërs, op gouverneurs en stadhouders, prachtig geklede hofdienaren, geoefende ruiters; stuk voor stuk knappe jongemannen. Ik zag hoe zij zich verlaagde en zich gedroeg als haar zuster. Maar zij ging nog verder. Eens zag ze op een muur portretten, getekend in rode verf. Babyloniërs waren het, afgebeeld met een gordel om de heupen en met een fraaie tulband op het hoofd. Zij waren gekleed als hoge officieren. Zodra ze dit zag, werd zij door een vurige hartstocht verteerd en stuurde ze boden naar Babylonië. De Babyloniërs kwamen om met haar te slapen. Maar zij misbruikten haar, zodat ze zich tenslotte vol walging van hen afkeerde. Openlijk gedroeg zij zich als een hoer, ze gaf zich schaamteloos bloot. Daarom keerde ik mij van haar af, net als van haar zuster. Maar zij wist van geen ophouden. Ze gedroeg zich net als in haar jeugd in Egypte. Ze had haar zinnen gezet op mannen die hitsig waren als ezels en bronstig als hengsten. Oholiba, je verlangde terug naar de schandelijke ontucht van je jeugd, toen de Egyptenaren je boezem streelden, toen ze je jonge borsten betastten.” …

“… Ik zal je laten voelen dat ik geen minnaars naast me duld. Zij zullen hun woede op je botvieren. Ze snijden je neus en oren af en je nakomelingen slaan ze neer met het zwaard; je zonen en dochters voeren ze gevangen weg en de verlaten stad steken ze in brand. Ze rukken je de kleren van het lijf en beroven je van je sieraden. … (enzovoorts) ...”

Mijn lief is als een appelboom

hooglied 2:2-3

Hij: Als een lelie tussen distels,
zo is mijn vriendin tussen de meisjes.

Zij: Een boom vol appels midden in het struikgewas,
zo is mijn lief te midden van de mannen.
Hoe graag wil ik in zijn schaduw zitten,
zijn vruchten zijn zo zoet in mijn mond!

Absalom doet een sexmarathon op het paleisdak


Daarna richtte Absalom zich tot Achitofel en zei: “Geef ons eens raad. Wat moeten we doen?”

“Uw vader,” antwoordde Achitofel, “heeft een aantal bijvrouwen achtergelaten om toezicht te houden op het koninklijke paleis. Ga met ze naar bed, en als heel Israël hoort dat u zich voorgoed bij uw vader onmogelijk hebt gemaakt, zullen al uw aanhangers hun aarzelingen overwinnen.”

Dus werd op het dak van het paleis voor Absalom een tent opgezet en zo had Absalom ten aanschouwen van heel Israël gemeenschap met de bijvrouwen van zijn vader. In die tijd betekende de raad van Achitofel evenveel als een uitspraak van God.

Amnon verkracht zijn zus


Amnon ging dus op bed liggen en deed alsof hij ziek was. Toen de koning hem kwam bezoeken, zei Amnon: “Kon mijn zuster Tamar hier, waar ik haar zien kan, maar een paar koeken komen bakken! Laat zij me te eten geven.” David stuurde toen iemand naar de vertrekken waar Tamar woonde, om haar te zeggen dat ze naar de vertrekken van haar broer Amnon moest gaan om iets versterkends voor hem klaar te maken. Tamar ging naar de vertrekken van haar broer Amnon. En terwijl hij op bed lag en haar met zijn ogen kon volgen, nam ze deeg, kneedde het, maakte er koeken van en bakte ze. Toen liet ze hem de koeken voorzetten in de koekenpan.

Maar hij wilde niet eten en zei dat iedereen de kamer moest uitgaan. Toen iedereen weg was, vroeg hij aan Tamar: “Kom zelf het eten bij me in de slaapkamer brengen! Als jij het me aangeeft, wil ik wel eten.” Tamar ging dus met de koeken die ze had klaargemaakt naar haar broer in de slaapkamer. Maar toen zij hem de koeken aangaf, greep hij haar vast en zei: “Kom bij me in bed, Tamar!”

“Nee Amnon, rand me niet aan! Laat dat! Zoiets schandelijks doe je in Israël niet! Houd je handen thuis! Ik zou me nergens meer kunnen vertonen en over jou zou men in heel Israël schande spreken. Praat toch met de koning, ik weet zeker dat hij me jou niet zal weigeren.” Maar hij wilde niet naar haar luisteren. Hij overweldigde haar en verkrachtte haar. Daarna overviel Amnon een grondige afkeer van haar. Ja, de afkeer die hij van haar kreeg, overtrof de liefde die hij eerst voor haar voelde.

“Maak dat je weg komt,” beet hij haar toe. “Ach nee, Amnon,” antwoordde zij, “door mij nu weg te sturen doe je me nog grotere schande aan.” Maar hij wilde niet naar haar luisteren. Hij riep zijn kamerdienaar en beval: “Haal die vrouw bij me weg, zet haar het huis uit en doe de deur achter haar op slot.”

De kamerdienaar zette haar buiten en deed de deur achter haar op slot. Tamar was in het lang, want dat was voor de prinsessen de gebruikelijke kleding, zolang ze jong meisje waren. Buiten strooide Tamar van verdriet aarde op haar hoofd, scheurde haar lange gewaad en ging met opgeheven handen en luid schreeuwend weg. “Heeft je broer Amnon zich aan je vergrepen?” vroeg Absalom, haar andere broer. “Wees stil Tamar, en laat deze zaak rusten; hij is je broer.”

De Heer bedreigt David wegens zijn snode daad

2 samuël 12:11-14 (legolink)

“... Ik, de Heer, zeg je dit: Je eigen familie wordt een bron van rampen voor je. Je zult moeten aanzien dat ik jou je vrouwen afneem en hen aan een ander geef, die hier op klaarlichte dag bij hen zal slapen. Jij hebt in het diepste geheim gehandeld, maar ik zal deze bedreiging uitvoeren ten aanschouwen van heel Israël en in het volle daglicht.”

David zei tegen Natan: “Ik heb tegen de Heer gezondigd.” “De Heer vergeeft uw zonde,” antwoordde Natan, “u zult niet sterven. Maar omdat u door deze daad de Heer diep hebt beledigd, moet wel uw pasgeboren kind sterven.” … (zijn zoon sterft zeven dagen later)

Een bruidsprijs van honderd voorhuiden


Eens had Saul tegen David gezegd: “Hier is Merab, mijn oudste dochter. Ik zal je haar tot vrouw geven, op voorwaarde dat je mij dient als een dapper soldaat en de oorlogen van de Heer voert.” Want Saul dacht: “Dan hoef ik me niet zelf aan David te vergrijpen, maar sneuvelt hij in de strijd tegen de Filistijnen.” Maar David had Saul geantwoord: “Wie ben ik en wat betekenen mijn verwanten en de familie van mijn vader in Israël, dat ik de schoonzoon van de koning zou worden?” Toen dan ook de tijd was gekomen dat Merab, de dochter van Saul, aan David gegeven kon worden, werd ze uitgehuwelijkt aan Adriël uit Mechola.

Intussen was Mikal, Sauls andere dochter, verliefd geworden op David. Toen Saul hiervan op de hoogte werd gebracht, kwam hem dat goed uit. “Ik zal hem Mikal aanbieden,” dacht hij, “dan loopt hij door haar in de val en sneuvelt hij in de strijd tegen de Filistijnen.” Hij zei tegen David dat hij nogmaals de gelegenheid kreeg zijn schoonzoon te worden. Tegelijk gaf hij zijn hofdienaren opdracht, aan David het volgende vertrouwelijk mee te delen: “De koning is op u gesteld en al zijn dienaren mogen u graag. Grijp dus de kans om de schoonzoon van de koning te worden.” Sauls dienaren deelden dit David mee en hij antwoordde: “Denken jullie dat je zo eenvoudig de schoonzoon van de koning kunt worden? Ik ben maar een arm man en van lage afkomst.” De hofdienaren brachten Davids woorden aan Saul over en die zei: “Zeg tegen David dat de koning geen andere bruidsprijs wenst dan honderd Filistijnse voorhuiden, als wraak op zijn vijanden.” Het was Sauls opzet dat David zou vallen in de strijd tegen de Filistijnen.

Toen de hofdienaren David van deze voorwaarde op de hoogte hadden gebracht, leek het hem goed, zo de schoonzoon van de koning te worden. Nog voor de termijn was verstreken, was hij met zijn mannen uitgerukt en had hij tweehonderd Filistijnen gedood. Hij bracht hun voorhuiden bij de koning en droeg het volle aantal af, zodat de koning hem wel als schoonzoon moest aanvaarden. Toen gaf Saul hem zijn dochter Mikal tot vrouw.

Priester snijdt zijn vrouw in stukken, en stuurt die per omgaande post het land rond


Toen vroegen de Israëlieten: “Vertel ons eens precies hoe deze misdaad is gepleegd.” De leviet, de man van de vermoorde vrouw, antwoordde: “Ik ging met mijn vrouw naar Gibea, in het gebied van de stam Benjamin, om daar de nacht door te brengen. Maar de burgers van Gibea hadden het op mij gemunt en omsingelden 's nachts het huis. Ze waren van plan mij te vermoorden. Toen hebben ze mijn vrouw verkracht en zo mishandeld dat zij het niet overleefde. Haar lijk heb ik in stukken gesneden en die rondgestuurd in alle delen van het gebied van Israël. Wat zij gedaan hebben is immers een schandelijke misdaad, en dat in Israël! Daarom, Israëlieten, moeten we hier gezamenlijk tot een beslissing komen.”

Priester laat zijn vrouw verkrachten en vermoorden


Terwijl zij het zich goed lieten smaken, werd het huis omsingeld door de mannen van de stad, misdadige lieden. Ze bonsden zonder ophouden op de deur en riepen tegen de oude man, de eigenaar van het huis: “Naar buiten met uw gast! Wij willen hem hebben!”Maar de oude man kwam naar buiten en zei tegen hen: “Nee, vrienden! Deze man is bij mij te gast, hoe zouden jullie dan zoiets slechts en schandelijks kunnen doen! Maar ik zal mijn dochter, die nog niet getrouwd is, en de vrouw van de man naar buiten brengen; verkracht hen maar en doe met hen wat je maar wilt. De man zelf kunnen jullie zoiets schandelijks niet aandoen.”

Maar zij wilden niet naar hem luisteren. Toen greep de leviet zijn vrouw en duwde haar naar buiten, de straat op. Zij verkrachtten haar en vierden hun lusten bot, de hele nacht door; pas tegen het aanbreken van de morgen lieten zij haar gaan. Zo kwam de vrouw in alle vroegte bij het huis waar haar man te gast was, en voor de deur viel zij neer. Daar lag zij nog toen het al licht was geworden.

Toen haar man die morgen de deur van het huis opendeed en naar buiten ging om zijn reis voort te zetten, zag hij zijn vrouw liggen; zij lag met de handen uitgestrekt naar de deur. “Sta op,” zei hij tegen haar, “we gaan vertrekken.” Maar hij kreeg geen antwoord.

Hij legde haar op haar ezel en vertrok naar zijn woonplaats. Thuisgekomen greep hij een mes, sneed het lijk van zijn vrouw in twaalf stukken en stuurde die rond in het hele gebied van Israël. En iedereen die het zag, zei: “Zoiets hebben we nog nooit gezien! ...” 

Simson gaat naar de hoeren, en vandaliseert een stadspoort


Op een keer ging Simson naar Gaza. Daar zag hij een hoer en hij ging bij haar naar binnen. De inwoners van Gaza kwamen erachter dat Simson in de stad was. Ze omsingelden het huis en zetten die hele nacht extra mannen op wacht bij de stadspoort. Verder deden ze nog niets, omdat ze dachten: “We wachten wel tot het licht wordt en dan vermoorden we hem.” Tot middernacht bleef Simson slapen, toen stond hij op. Hij greep de beide deuren van de stadspoort vast, tegelijk met de beide deurposten, en rukte ze los, met sluitbalk en al. Het hele gevaarte nam hij op de schouders en droeg het weg, helemaal naar een van de bergtoppen tegenover Hebron.

De voorhuidenheuvel


In diezelfde tijd zei de Heer tegen Jozua: “Besnijd de Israëlieten opnieuw met stenen messen.” Jozua maakte stenen messen en besneed daarmee de Israëlieten op de Voorhuidenheuvel.

Gods vloek zal rusten op je zwangere vrouwen en je drachtige koeien



Maar weiger je te luisteren naar de Heer, je God, en leg je al die geboden en wetten naast je neer, dan zullen al zijn vervloekingen je treffen.

Gods vloek zal rusten op je steden en op je akkers. Gods vloek zal rusten op je oogstmanden en op je bakpannen. Gods vloek zal rusten op je zwangere vrouwen, op je vruchtbare akkers en op je drachtige koeien, schapen en geiten. Gods vloek zal op je rusten, waar je ook gaat of staat.

Wanneer jullie kwaad bedrijven en de Heer in de steek laten, zal hij de ene ramp na de andere over je afroepen. Alles wat je onderneemt, zal gedoemd zijn te mislukken. Al heel snel zul je worden uitgeroeid en te gronde gaan. Door een hardnekkige pest zul je worden weggevaagd uit het land dat je nu in bezit gaat nemen. De Heer zal jullie treffen met tering, koorts, ontstekingen en besmettelijke ziekten, … (enzovoorts enzovoorts) ... 


Bescherming van het recht op nageslacht

deuteronomium 25:11-12

Stel dat twee mannen slaags raken en dat de vrouw van de een haar man te hulp snelt. Om hem te bevrijden grijpt zij de tegenstander bij zijn schaamdelen. Hak haar in dat geval zonder pardon de hand af.

Wanneer de vrouw van je broer te trouwen


Stel dat twee broers dicht bij elkaar wonen en dat een van hen zonder zonen sterft. In dat geval mag de weduwe niet buiten de familie hertrouwen. Haar zwager moet zijn plicht doen en met haar trouwen. Hun eerstgeboren zoon zal het geslacht van de overleden broer voortzetten. Diens naam mag niet uit Israël verdwijnen. Maar stel dat de broer er niets voor voelt om met zijn schoonzuster te trouwen. In dat geval legt zij de zak voor aan de leiders die in de stadspoort zitting houden: “Mijn zwager weigert met mij te trouwen, hij wil zijn broer geen nageslacht geven.” De leiders moeten de man ontbieden en de zaak met hem bespreken. Houdt hij voet bij stuk en verklaart hij niets voor een huwelijk te voelen, dan moet zijn schoonzuster voor hem gaan staan. In het bijzijn van de leiders dient ze hem een sandaal uit te trekken en hem in het gezicht te spugen. Plechtig verklaart zij: “Zo vergaat het de man die zijn overleden broer geen nageslacht wil geven.” Voortaan zal zijn familie in Israël bekendstaan als “Huize Blootsvoets”.

Geen bastaarden in de kerk


Mannen van wie de zaadballen zijn gekneusd of het lid is afgesneden, zijn uitgesloten van godsdienstige bijeenkomsten. Kinderen uit verboden huwelijken zijn uitgesloten van godsdienstige bijeenkomsten. Ook hun nakomelingen, zelfs die van het tiende geslacht, zijn uitgesloten.